Design by PaDesign

 
 

Home
Geschiedenis BTB

Voorwoord.

Surinaams - Javaanse Gamelanmuziek , -zang en -cultuur. Meer dan 90 jaren Javaanse traditie(s) en uitvoering Javaanse culturele kunstvormen in Suriname.

Vanaf de oprichting (bijna 10 jaren geleden) van de Gamelangroep Bangun Trisna (BT) in Den Haag, wordt de Surinaams - Javaanse Gamelanmuziekcultuur door deze groep beoefend, onderhouden en voortgezet. Voldoende uitgangspunten om het ontstaan, de doelstellingen, (verwachte) verdere ontwikkelingen en voortgang van deze groep schriftelijk vast te leggen.

In dit verhaal(beschrijving) besteed ik ook in het kort aandacht over het ontstaan van de Surinaamse - Javaanse Gamelanmuziekinstrumenten, -muziek en -cultuur in Suriname. De wortels, de invloeden en ontwikkelingen. Alsook in relatie met de komst van de Surinaamse Javanen naar Nederland. Deze vormen de rode draad in deze beschrijving. Naast relevante literatuur worden ook mijn waarnemingen en verkregen informaties door vertellingen (mondelinge historie) e/o interviews(veldwerk) met Javaanse ouderen en gamelankenners over de Surinaamse - Javaanse Gamelan als bronnen verwerkt.

Met het schrijven van dit verhaal wil ik tevens mijn respect tonen aan enke le ouderen (60 plussers) die voorheen nimmer gamelaninstrumenten hebben bespeeld, en nu bedreven de gamelan muziekinstrumenten kunnen bespelen. Alsmede de overige ervarende gamelanspelers die met plezier hun kennis met andere willen delen.

Voorts mijn dank aan alle leden van de gamelangroep Bangun Trisna voor al hun bijdragen om de Surinaamse – Javaanse gamelan muziek, -zang en –c ultuur , ons cultureel erfgoed, te behouden. Ook dank ik Orlando Kromopawiro  voor zijn tijd, geduld, gamelan instructies, begeleiding in het algemeen en muzikale gamelan leiding in het bijzonder. Want dankzij zijn bezielde inzet heeft de gamelangroep haar doelen min/meer tot heden kunnen bereiken.

Mijn waarnemingen over de gamelangroep heb ik vrijwel vanaf het begin tot heden met plezier, maar ook met een kritisch oog verricht. 
 
Ik hoop dat dit verslag een bijdrage kan leveren aan de verdere groei en vo ortbestaan van de gamelangroep. 
  
Ik ben verantwoordelijk voor de opzet en de inhoud van deze beschrijving. Reg elmatig zal ik deze voorzien van actuele informatie. De voortgang van de gamelangroep zal ik blijven volgen.  

Veel leesplezier.

R. Harrie Djojowikromo
Zoetermeer, 24 juni 2007.

Kopierechten juni 2007 , R.H. Djojowikromo


Inleiding.

De Surinaams - Javaanse gamelanmuziek, - zang en cultuur zijn sinds het bestaan ervan niet meer weg te denken bij de Surinaamse - Javaanse gemeenschap en overige bevolkingsgroepen in Suriname. In Nederland voor het eerst te beleven omstreeks 1978.

In Den Haag werd gamelanmuziek onder andere als één van de culturele doelstellingen van de Surinaamse Culturele Stichting Rukun Budi Utama (RBU). De gamelangroep die toen via RBU werd opgericht bestond voornamelijk uit geroutineerde Javaanse gamelanmuzikanten uit Suriname. Deze gamelangroep vormde als basis voor de gamelan cultuur in de regio Den Haag. Deze gamelan muzikanten bespeelden en componeerden gamelanmuziek - en zang al sinds 1938/1940 in Suriname. Enkelen zelfs al vanaf Java - Indonesië.

Tot omstreeks 1996/1997 was deze gamelangroep binnen RBU muzikaal actief. Regelmatige gamelan opvoeringen werden dan ook gegeven. Door de vergrijzing en het ontvallen van enkele geroutineerde gamelan muzikanten, werd gamelanmuziek door gamelangroep steeds minder beoefend. Orlando Kromopawiro (vierde generatie nakomeling Javaanse Immigranten), jong en gamelancultuur bewust en als lid van de groep, was al zeer actief met gamelanmuziek. Zowel voor de uitvoering, educatie en als het verzorgen van gamelaninstructies. Toen al was hij ook bezig geweest om jongeren voor de gamelan te interesseren. Helaas weinig animo; dus zou de opgebouwde gamelanmuziek - en cultuur op termijn in regio Den Haag gedoemd te verdwijnen. Door de komst van enkele geïnteresseerden kon de RBU gamelangroep slechts tot het onderhouden van de vaardigheden van de gamelancultuur voortzetten.

Omstreeks 1999 was er een opleving en wel door twee situaties:
- De Stichting RBU verhuisde omstreeks 1998 van de Maziestraat Den Haag naar de Kepplerstraat in Den Haag.
- Bij de woongroep voor ouderen , Bangun Trisna (net ca 6 maanden bewoond) hadden enkele bewoners belangstelling om gamelaninstrumenten te (leren)bespelen en te beoefenen.

Niet lang daarna werd de Gamelangroep Bangun Trisna opgericht. De oprichting en beoefening van de gamelanmuziek konden op zeer korte termijn geschieden doordat RBU haar gamelaninstrumenten door de Woongroep Bangun Trisna (WgBG) liet opslaan en te doen beheren. Hierdoor konden onder andere 2 doelen van RBU worden bereikt, te weten:
- Een onderdeel van de Surinaamse - Javaanse culturele kunstvormen in stand houden.
- Het beoefenen van gamelanmuziek en -zang als oudere activiteit bij de Woongroep Bangun Trisna. Ook voor deze gamelanactiviteit werd Orlando Kromopawiro gevraagd om de instructies en begeleiding te verzorgen.

Na ruim 6 maanden intensieve gamelan oefeningen, volgden tal van gamelan opvoeringen zowel in de recreatieruimte bij WgBT als regio Den Haag en zelfs in Utrecht, Alkmaar, Rotterdam en Amsterdam. Gamelan muziek -, zang en cultuur bloeide weer op in de regio Den Haag!

Voorgeschiedenis van de Surinaams - Javaanse gamelan.

In Suriname werden de Surinaamse - Javaanse gamelaninstrumenten omstreeks 1912 ontwikkeld en eerst omstreeks 1914 min of meer op de juiste toonaard Slendro (originele gamelan toonaard) kunnen afstemmen. Als basis toonaard vormde de Indonesische Javaanse gamelan instrumenten (op de plantage Mariënburg - Suriname aanwezig ca 1903). Aanleiding om eigen gamelaninstrumenten te ontwikkelen en te produceren was, doordat slechts enkele geselecteerde Javaanse contractarbeiders op de Indonesische Javaanse gamelaninstrumenten mochten meespelen. Terwijl omstreeks 1905 -1907onder de Javaanse contractarbeiders er veel jonge en getalenteerde gamelanmuzikanten aanwezig waren op de plantage Mariënburg en de nabij gelegen plantage Zoelen.

Vanaf 1914/1915 werd zeer beperkt doch geleidelijk gamelaninstrumenten geproduceerd. Als componenten voor de gamelan werden olievaten en in feite alle soorten restafval van ijzer gebruikt.
Hoewel de gamelanklanken niet zo zuiver klonken zoals de oorspronkelijke koperen/bronzen/ijzeren materialen gamelan instrumenten uit Java Indonesië, waren de in Suriname geproduceerde gamelaninstrumenten acceptabel. Na een langzame start werd de productie geleidelijk aan opgevoerd en.....konden gamelanmuziek o.a. op de plantages; Zoelen, Johan Margaretha (Margrita), Rust en Werk, Reijnsdorp(Bakkie) en Alliance te horen en te beleven. Deze laatste twee plantages mogen best bij uitstek na Mariënburg als Javaanse cultuur plantages genoemd worden. De Ludruk (Javaans cabaret e/o volkstheater) ontwikkelde vanaf de komst van de Surinaams - Javaanse gamelan aldaar vrij snel en tot volwaardige ludrukgroep. Niet alleen vanwege de goede samenwerking en verstandhouding tussen beide inwoners, maar ook omdat er een padjàh (feestzaal) daarvoor ter beschikking werd gesteld. In de periode van 1928 tot ca 1940 was gamelanmuziek - en inmiddels ook -cultuur in bijna geheel Suriname te horen.

Voor wat de Surinaams - Javaanse gamelanmuziek betrof, had deze haar eigen muzikale ontwikkelingen en creaties doorlopen. Mede door invloed van onder meer; ' de Hindustaanse bahjans - en beginnende Surinaamse kaséko ritmen, ' werden de klassieke Javaanse - Indonesische gamelan muziek enigszins aangepast met de wat swingende ritmen. Ook door de komst van menigeen vrije Immigranten uit de regio Surabaja, werden tal van klassieke gamelanmuziek als het ware levendiger en actiever gemaakt. De stijl was (en nog steeds) nogal arrogant, maar tegelijkertijd dwong die de aandacht van toehoorders e/o luisteraars om ernaar te luisteren. En ook mee te genieten natuurlijk. De dagelijkse gang van zaken binnen een leefgemeenschap vormde over het algemeen als bron voor gamelanmuziek componisten, gamelan zangers en -zangeressen. De woorden waren eenvoudig te verstaan en verwoorden over het algemeen een twee gesprek. Deze zijn o.a. te horen in de ghendings: 'De klentèngan , Jalan Jalan, Pari Anjar , Pring poddo Pring en nog tal van zulke gamelanliederen . ' Binnen niet al te lange tijd waren de volgende evenementen bijna maandelijks te zien en te beleven te weten: "de Tayup (beroepsdanseres begeleid door Gamelan orkestje), de Ludruk (cabarèt en straat toneel, en de Wayang voorstellen ". Al deze evenementen werden begeleid door de Surinaams - Javaanse gamelanmuziek en uitgevoerd door de Surinaams - Javaanse gamelanmuzikanten.

Explosief werden gamelaninstrumenten in Suriname geproduceerd vanaf omstreeks 1954 toen bij enkele opkomende Metaal Constructiebedrijven in Paramaribo de ijzeren platen op maat konden worden versneden. Ook Suralco metaalbewerkers van Paranam en Moengo konden hun bijdragen leveren door genoemde platen te versnijden. Gedurende de periode van 1950 tot ca 1980 waren er zoveel gamelanorkesten e/o groepen op vrijwel alle districten in Suriname te vinden, te beleven, te horen en te zien! Haast ieder weekeinde waren er 3 tot 4 Javaanse feesten met gamelanmuziek binnen een regio.

Jammer genoeg werd over opvolging (van muzikanten) en kennisoverdracht niet/nauwelijks bevorderd door de autoriteiten(overheid), bijvoorbeeld aan; belangstellenden en de opgroeiende jeugd. En zelfs de Javaanse gemeenschap had daaraan weinig aandacht besteed. Mede als gevolg hiervan was o.a.; ' Dat er haast geen gestructureerde muzikale kennisoverdracht over gamelan had plaatsgevonden.' Er werden vele versies van redenen genoemd waardoor er weinig of nauwelijks overdracht plaatsvond zoals; 'geen concurrentie dulden, een kwestie van macht, extra inkomsten (naast plantage arbeid), maar vooral status.' Er waren nog tal van andere redenen te noemen, maar deze vier waren de meest logische verklaarbare redenen in die tijd.
Doordat er weinig aandacht aan kennisoverdracht werd geschonken, was het gevolg ervan op lange termijn dan ook merkbaar. Van langzaam vervagen over de eigen muziekcultuur t/m desinteresse. De gamelanmuziek en vooral zang bleven vanaf het bestaan t/m de eerste 5 jaren ontwikkelingen, op dezelfde niveaus steken. Wel met hier en daar enige aanpassingen. Ook de instroom van jongeren en belangstellenden bleven nagenoeg uit. Deze mede oorzaken en gevolgen zijn zeker te merken zowel in Suriname als in Nederland.

En ...in Nederland?

Mede door de komst van grote aantallen Surinaamse Javanen vanaf de periode 1973/1974, kon voor het eerst Surinaamse - Javaanse gamelanmuziek (verder als Gamelan) te horen en te beleven omstreeks 1978/1979 te Beekvliet - Sint Michielgestel in Brabant. De eerste groepen Javanen uit Suriname werden onder andere aldaar opgevangen.
Voor menigeen Surinaamse - Javanen (verder als Javanen) die al geruime tijd in Nederland woonden, was gamelanmuziek horen en beleven zeker zeer welkom. Uit mijn gesprekken met Surinaamse Javanen in Nederland die vaak deze gamelanconcerten e/o opvoeringen bezochten, kon ik duidelijk te merken dat allen de sfeer van gamelanmuziek extra waardeerden. Hun heimwee naar Suriname en vooral de nostalgische sfeer bij Javaanse feesten zoals Tayup, Ludruk, Wajang kulit en Andé andé Lumuh op de plantages, lieten zij dan ook duidelijk merken. Zowaar, de geschiedenis herhaalt zich! Want op die wijze hadden de eerste Immigranten gedurende hun eerste 10 tot 15 jaren verblijf als contractarbeiders op de plantages ook gevoeld en beleefd toen zij voor het eerst Gamelanmuziek op de plantage Mariënburg hoorden en beleefden!

Na Sint Michielgestel, volgde Surinaams - Javaanse gamelanmuziek in de volgende steden: ' Delfzijl, Hoogezand, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Alkmaar en Amsterdam.'

De Indonesische gamelanmuziek, de wortel van de Surinaams - Javaanse gamelan.
(De culturele invloeden vanuit de geschiedenis van Indonesië)

Gamelanmuziek, eerder een kunstvorm vanuit verhaal en vertelvorm begeleiding door muziek. Basis toonaarden verwerkt en overgenomen in de Javaanse gamelanmuziek. Tijdens de opkomst van het Rijk Madjapahit (bittere vrucht) van ca 1292 tot 1389, was de naam gamelan voor het eerst genoemd én tot heden behouden. Er was melding gemaakt dat voorlopers van gamelaninstrumenten in Java vanaf de 10e eeuw werden geproduceerd. In de geschiedenis van Indonesië werd onder meer vermeld dat in de periode van de bloeitijd van Madjapahit, de huidige gamelaninstrumenten de oorsprong hadden. De benaming gamelan werd voor het eerst gebezigd/gegeven omstreeks 1348/1350 onder de Vorst Hajam Woeroek. Tijdens zijn bezoeken bij de naburige steden , nu de omgeving van Mojokerto, werd onder andere geschreven: "Bij aankomst van de Koning weergalmden de bekkens, hiermee werd bedoeld de gamelan en klaroenen (helder klinkende trompetten) aan de kant van de hoofdweg."

De benaming gamelan was afgeleid van het oud Javaans woord gamel, dat handgreep of hamer betekent. Omdat de meeste instrumenten van het bekkenorkest met speciale hamertjes werden bespeeld, werd het woord an achter gamel toegevoegd. Letterlijk vertaald; 'geslagen bekkens.'

Vanaf die periode ontstond het begrip karawitan; het geheel van Javaanse (en later Balinese) uitvoerende kunsten ofwel kunstuitingen waarbij dan intensief gebruik werd gemaakt van gamelanmuziek bereikte geheel Java. Tot heden! Grote en hoogwaardige bijdrage alsmede hoge graad van verfijning leverden de Islamitische Hoven, onder meer de Sultanaten omstreeks de 18e en 19e eeuw.
Niemand weet met zekerheid te vertellen over het ontstaan van het eerste Gamelanorkest in Java - Indonesië. De metalen slagwerken bestaande uit; bronzen, koperen of ijzeren slaginstrumenten. Later verfijnd tot gamelaninstrumenten, dateerde al van Préhistorische tijden. En, het vervaardigen van bronzen Gongs en Trommels werd verbonden met de Dong Sonbroncultuur, waarvan werd aangenomen dat deze Indonesië omstreeks in de 3e eeuw voor Christus vanuit Indo China had bereikt. Sindsdien waren de klanken van de bronzen Gongs de hartslag van de gamelan gewest, met hun diepe heel verdragende klanken die op stille avonden tot kilometers afstand te horen waren.

De aristocratische verfijning van de gamelan op Java had een langzame, statige en mystieke muziek voortgebracht die gecomponeerd was om te worden beluisterd in de grote audiëntiezaal van het Hof. En om een gevoel van ontzagwekkende kracht en emotionele beheersing over te brengen.
Een gamelanorkest kan bestaan uit 5 tot 40 instrumenten, hoewel geen slaginstrumenten, worden in orkestverband bespeeld; dus nooit apart. Twee instrumenten, hoewel geen slaginstrumenten, worden regelmatig als solo - instrumenten gebruikt, die zijn; de rebab (als viool met slechts 2 snaren, waarschijnlijk afkomstig uit het Midden-oosten door handelaren die toen vanuit Maleisië en Sumatra in bijna geheel Java – Indonesië vestigden) en de suling (bamboe fluit).

Gamelanmusici werden van oudsher onderwezen door andere musici in hun vrije tijd, zonder gebruik van geschreven muziek. In de paleizen van Midden -Java kregen musici in het begin van de 20e eeuw voor het eerst speciaal muziekonderricht in het kader van hun verplichtingen aan het hof. Sinds de onafhankelijkheid van Indonesië werden er door de Overheid echter diverse muziekacademies gesticht en de muziekstudenten kregen vanaf dien onderwijs in een meer formele omgeving.

Op dorpsniveau was het vaak moeilijk om onderscheid te maken tussen amateurs en professionele musici (nog steeds). Tal van dorpskunstenaar beschikten grote kennis op het terrein van de regionale muziektradities. Maar ze hadden(hebben) niettemin geen speciale status en werden (worden) ook niet naar verhouding beloond voor hun diensten. Sommige gamelanmuzikanten reisden van stad naar stad en sloten zich overal aan bij de plaatselijke gamelanorkesten voor traditionele opvoeringen, zoals dans - en toneelvoorstellingen, ceremonies en de populaire Wajangspelen. Deze situaties vinden tot heden nog steeds plaats in Indonesië.

Aldus een korte schets over de opkomst van gamelaninstrumenten en -muziek in Java - Indonesië.

En ....in Suriname?

Deze hoogwaardige gamelanmuziek werd voor het eerst in Suriname omstreeks 1903 gehoord en te beleven. Een compleet set Indonesische gamelaninstrumenten werd aangeschaft ten benhoeve van de plantage Mariënburg in het district Commewijne, in die tijd beschouwd als toonaangevende plantage in Suriname. Mede dank zij de aanwezigheid van Javanen (contractarbeiders) uit Java vanaf 1890, in de Surinaamse geschiedenis bekend als de Javaanse Immigratie die duurde tot omstreeks 1939, werden Surinaams - Javaanse gamelaninstrumenten met de Indonesische als basis omstreeks 1912/1914 gecreëerd ofwel (na)gemaakt. Niet lang daarna was het 1ste Surinaams - Javaanse gamelan ensemble een feit!

De Indonesische gamelanmuziek als basispatroon en aangepast aan de ritmische muziek van de Bahjans (Hindustaanse) en Kaseko (Surinaamse) en daarbij beïnvloed door gamelanmuziek en -zang uit Surabaja, gaf als resultaat; ' Swingende en dynamische Surinaams - Javaanse gamelanmuziek. ' Zelfs de uitvoering van de klassieke Indonesische gamelanmuziek werden deze ritmische cadence erin verwerkt, tot heden te horen in de Surinaams - Javaanse gamelanmuziek.

Omstreeks 1925/1928 genoten de Surinaams -Javaanse gamelanmuziek alsook de muzikanten enige bekendheid in nagenoeg geheel district Commewijne, en zelfs tot in Paramaribo. Maar de eerste grote uitbreiding/ontwikkeling kwam mede door de komst van de vrije Javaanse Immigranten in Suriname. Onder deze groep waren o.m.; 'enkele dalangs (wayang poppenspelers), gevorderde gamelan(straat)muzikanten, zangers en zangeressen alsook lèdèhs (beroeps dansvrouwen). Vanaf 1938/1940 ontwikkelde de gamelanmuziek ,mede onder invloed van o.m. de Caribische en Zuid Amerikaanse muziekritmen tot een harmonische vlottende en vloeiende dansmuziek. Zelfs de traditionele klassieke - en mars/krijgsdansmuziek uit Indonesië ontkwamen er niet aan deze ritmen.
Vanaf 1945 begon de populariteit van de nieuwe Surinaams -Javaanse gamelanmuziek, zang en dans terrein te winnen. Met name vooral de Tayub feesten! Explosief geschiedde het maken van gamelaninstrumenten in de periode van 1950 tot ca 1970. Mede door de komst van enkele ijzer/constructie en lasverwerkende kleine bedrijven in Paramaribo, kon men sneller en gemakkelijker gamelan instrumenten laten maken. Althans, de benodigde ijzeren klankplaten op maat te laten snijden. Nieuwe soorten gamelan liederen en eigen composities deden hun intrede. Iedereen die enigszins verstand had van gamelanmuziek en de Javaanse taal redelijk kon beheersen, componeerde zowat los en vast! Als de liederen(woorden) maar ethisch verantwoord waren en goed in de oren klonken en vooral fonestisch rijmden.
Diverse dans en toneel attracties zoals ; de wajang wong, ludruk, ketoprah, djaran kepang en andé andé lumuh (volkstoneel en theater) werden vooral op de plantages overwegend in het district Commewijne (als Javaanse cultuur district) in Suriname uitgevoerd. In ieder streek of uithoek in Suriname was een soort gamelansetje , 5 – 7 instrumenten, te vinden.

De eerste stappen van Gamelangroep Bangun Trisno in Den Haag.

Het kwam voor zowel de Surinaamse Javaanse Culturele Stichting Rukun Budi Utama (RBU) als de woongroep Bangun Trisno gunstig uit, dat de gamelan instrumenten van RBU bij de woongroep Bangun Trisna in beheer werden gelaten. De RBU had namelijk bij haar nieuw locatie aan de Kepplerstraat te Den Haag niet zoveel opslag capaciteit. Voor de bewoners van de woongroep betekenden de gamelaninstrumenten een aanwinst. De bewoners konden bijvoorbeeld de gamelaninstrumenten leren bespelen en ook voor hun eigen vermaak in de recreatie zaal ten behoeve van feestelijke gebeurtenissen.
Met deze doelen in het vooruitzicht lag het dus voor de hand dat binnen een kort termijn een gamelangroep Bangun Trisna werd opgericht. Onder de leden waren er drie personen die niet eerder gamelan instrumenten bespeelden. Hun streven was, niet alleen gamelaninstrumenten leren bespelen, maar ook later gamelan opvoeringen met eventuele zang en dans gamelan opvoering(en) te verzorgen.
Orlando Kromopawiro (een jonge allround gamelan muzikant tevens instructeur) werd gevraagd door het bestuur van de woongroep Bangun Trisna om de gamelan instructies/lessen te willen verzorgen. Deze taken had hij met volle overgave en liefde voor de gamelanmuziek cultuur op zich genomen, en met resultaten!

Bij de oprichting in 1999 van de gamelangroep Bangun Trisna, waren de volgende leden geregistreerd:
- Pak Doelmalik Soetiman
- Pak Kidjan
- Pak Karna D
- Ibu Kartowiranoe Legini
- Pak Karli Nimin
- Pak Mangoendimedjo Salimin (tevens zang)
- Ibu Mangoendimedjo Klijem
- Ibu Matkasdjo Sarah; zang (extern)
- Pak Resamenawi Painoh
- Pak Resowidjojo Soelidjan (extern)
- Pak Soekarma Sahid
- Pak Wongsosentono Alex (extern)

Pak Orlando Kromopawiro(extern) als gamelaninstructeur/leraar, muzikale leider tevens coördinator. Pak Salimin Mangoendimedjo fungeerde in de begin periode als contactpersoon voor externe optreden. Daarnaast was er een bestuur gevormd.

Vier maanden later kwamen als externe leden erbij: Pak Karijodikoro Bandi en Harrie Djojowikromo. In de daarop volgende jaren volgden Pak Wim Kromoredjo, Pak Setroirono Paimin en pak Emid Nagdimin.

Per 2007 heeft de gamelangroep Bangun Trisna de volgende leden:
Djojowikromo Harrie.
Pak Emid Ngadimin.
Pak Karman Sawal (tevens leraar traditionele Surinaamse Javaanse dansen)
Pak Karna D.
Ibu Kartowiranoe Legini.
Pak Karli Nimin.
Pak Kromopawiro Orlando (muzikale leider, instructeur/leraar en zang).
Pak Kromoredjo Wim. I
bu Matkasdjo Sarah (zang).
Pak Nojoredjo Slamet.
Pak Resamenawi Painoh.
Pak Sanrodji Ronald.

Gedurende de periode van 2000 tot juli 2004 zijn 3 leden overleden. Pak Karijodikoro Bandi, Pak Kidjan, Pak Resowidjojo Soelidjan. Pak Wongososentono Alex hadden de gamelangroep Bangun Trisno intussen verlaten.
Omstreeks tweede helft van 2006 trok pak Soekarma Sahid wegens ziekte en ouderdom zich terug van de gamelangroep Bangun Trisno.

Per 28 mei 2007 beschikt de gamelangroep Bangun Trisna over 11 actieve gamelaninstrument spelende leden inclusief gamelan instructeur en 1 lid als zangeres (pesindèn).

Op dit moment kan vastgesteld worden dat de gamelangroep Bangun Trisno een stabiele groep is die de Surinaams - Javaanse gamelan tradities op gepaste wijze blijft onderhouden en voortzetten. Coördinatoren zijn; Ibu Legi Kartowiranoe en Pak Painoh Resamenawi. Zij worden administratief (o.a. financiële)ondersteund door Pak Orlando Kromopawiro, die ook de muzikale leiding en gamelan instructies nog blijft verzorgen.

De gamelan muzikale ontwikkelingen van Bangun Trisno.

Onder de bezielde muzikale leiding en instructie van Orlando Kromopawiro hebben de leden van de gamelangroep vanaf de oprichting zich geleidelijk aan kunnen ontwikkelen tot acceptabele gamelan instrumenten en - muziek beoefenaars. Respectabel te noemen zijn bijvoorbeeld twee 60 plussers die vanaf het begin nimmer gamelan instrumenten hadden bespeeld, en nu door de gedegen instructies bedreven zijn met het bespelen van de instrumenten.
De wijze van instructies worden volgens de methode van gamelan muzieknotaties en gelijk te doen beoefenen. De praktische methodiek van doe met mij mee principe. Uiteraard wordt van een ieder verwacht thuis naar de gamelan gendings(liederen) te beluisteren. Allereerst de basis patronen te doen bestuderen en eveneens de basis ritmen. Dat wil zeggen, klakkeloos op niveau 1 volgens vaststaande muziekpatronen en ritmen de gamelanmuziek beoefenen. Vervolgens als éénmaal een lied volledig wordt beheerst, over te kunnen gaan op ritme niveau 2. Dit is een verfijning van de muziek, waarbij naast beheersing van de ritme ook aandacht wordt besteed aan de manier van de slagen op de gamelaninstrumenten. Want, een gamelanorkest bestaat uit verschillende gamelaninstrumenten die niet solistisch maar in combinatie met andere instrumenten één harmonisch muzikaal geheel moeten vormen. Dit niveau kan eerst worden bereikt als iedere gamelanspeler zijn/haar eigen instrument kan beheersen en ook aanleert om naar de tonen van de andere instrumenten kan (mee)luisteren. Uiteindelijke resultaat zal moeten zijn om zich op die wijze de gendings en notaties zodanig eigen te maken dat gamelanmuziek uit het hoofd wordt beoefend en gespeeld.
Naast het beoefenen van de individuele gendings, worden ook series van gendings die behoren tot de gangbare gamelan evenementen serieus beoefend. Deze series worden bespeeld bij de bekende Javaanse evenementen zoals: Tayup Javaans dansfeest , Wajang kulit/wong (schaduw poppen theater), Ludruk (volkscabaret) en Andé andé lumuh (theater).


Algemene korte informatie over de Tayup.
Algemeen: Tayup is een traditioneel Javaans dansfeest, waarbij de Lèdèh (Javaanse beroepsdanseres) als centraal persoon op die avond danst en zingt onder begeleiding van een gamelanorkest. Meestal gehouden op zaterdagavond tot diep in de nacht. Oorspronkelijk was (nog steeds in Java) een Tayup opvoering bedoeld als evenement om de gasten van de feesthouders te veraangenamen. Gebruikelijk opgevoerd door 2 Lèdèhs en 2 dansers. Later in de avond konden de gasten ook meedansen. In Suriname had de Tayup een andere functie gekregen. Het was meer een middel om door de Soembangan (een ieder die danste op uitnodiging, moest daarvoor een bedrag geven) om de gemaakte kosten door de feesthouders enigszins te verzachten. Immers de feesthouders hadden niet alleen voor amusement gezorgd, maar ook voor de maaltijden en drank. Later kreeg de Tayup en mede door de soembangan de grensverleggende betekenis van ‘financieel gewin.’


De Tayup werd vooraf gegaan met de liederen/muziek die bedoeld waren (en nog steeds) om de gasten met gamelanmuziek te verwelkomen. Meestal beelden deze liederen hun ontspannende en blijde loopwijze om de feestzaal binnen te komen en plaats te nemen. Wanneer éénmaal de Lèdèh (beroepsdanseres) was aangekomen en ook plaats had genomen op haar speciale zit/rust domein centraal en zichtbaar in de zaal zodat iedereen haar kon bewonderen, werd tal van ontspannende gendings gespeeld om haar zangkunst alvast aan de gasten te laten horen. Maar vooral om ook haar stem en variaties van haar zangtoonhoogte aan de gamelanmuzikanten te laten horen. Wanneer de muzikanten enthousiast meezongen en glunderden van plezier, betekenden die expressies de muzikale basisprincipes dat zij en de Lèdèh voor een ultieme opvoering zullen verzorgen. En naar ieders tevredenheid. Ook deze inleidende gedeelte van de avond had een eigen serie van gendings. Dan volgde de officiële dansopening door de Lèdèh nadat de bapak toekang sampoor de aankondiging en iedereen namens de feesthouders zijn woorden van welkom had toegesproken. De bapak toekang sampoor had gedurende de hele Tayup niet alleen een coördinerende functie, maar tevens de leiding en ordelijk verloop van de Tayup. Alsook de veiligheid voor zowel binnen als in de directe omgeving van het feestgebouw. Zowaar een erg verantwoordelijke functie.

Voor de openingsdans van de Lèdèh werd gespeeld; de ghending Pankoor Lomboh, eventueel overgaan op de ghending Anklèng. Daarna volgden over het algemeen enkele klassieke dansmuziek tijdens de dansuitnodigingen aan de feesthouders en naaste familieleden. Dit gedeelte vereiste de volledige concentratie van de gamelanmuzikanten, want alle aandacht was in beginsel gevestigd op de performance (opvoering) en vooral uitstraling van de Lèdèh. Zelfs al de aanwezige gasten die nog buiten (al kletsend en kenniskring begroetend) waren, drongen naar het gebouw toe om dit eerste uur te kunnen beleven.
Vooral de bewonderende blikken van de (jonge)mannen (getrouwd of vrijgezel) voor de Lèdèh waren overduidelijk! Om maar niet te spreken over hun onbeantwoorde liefdesverklaringen aan de Lèdèh, bezongen tijdens het dansen. De ghendings Klèntèngan, Pring poddoh Pring en Pari Anjar waren/zijn daarvoor de meest geschiktste ghendings. Ruzies tussen jonge echtelieden (vrouwen konden erg jaloers zijn) na zo'n Tayup vonden ook (helaas) plaats.

En de andere bovenvermelde Javaanse feest evenementen hadden hun eigen series gendings. Deze gendings worden ook door de gamelangroep Bangun Trisna beoefend. Hopelijk in de toekomst die te kunnen uitvoeren!
Er is in ieder geval nog veel te doen aan gamelanmuziek voor de gamelangroep Bangun Trisno. Met name in combinatie met het mogelijk beoefenen en de uitvoering van Surinaamse versie traditionele Javaanse dansen!

De doelstellingen van de gamelangroep Bangun Trisna.

De gamelangroep streeft ernaar om in principe de gamelanmuziek , -zang en eventuele traditionele Javaanse dansen (Surinaamse versies) te beoefenen en presentaties te verzorgen. Met deze laatste, bijvoorbeeld ten behoeve van : verjaardagen van bewoners bij de woongroep Bangun Trisno; in het kader van culturele activiteiten in Den Haag, Amsterdam of Utrecht; op uitnodigingen door andere Surinaamse - Javaanse stichtingen buiten regio Den Haag. Eventuele informatie e/o lezingen over de Surinaamse - Javaanse gamelan te geven. Ook het verzorgen van workshops aan belangstellenden.
Daarnaast met andere gamelangroepen buiten de regio Den Haag bij wijze van uitwisseling van gamelanervaringen samen te werken.
Kortom, het Surinaams - Javaans cultureel erfgoed onderhouden, behouden en eventueel verder te ontwikkelen.

De positionering van de gamelangroep Bangun Trisno.

Gedurende de afgelopen 10 jaren heeft Bangun Trisno in haar streven kunnen waarmaken met gamelan presentaties. Alsook bekendheid gegeven over de Surinaamse Javaanse gamelanmuziek en -cultuur. Zij heeft dan ook goed kunnen positioneren in de regio Den Haag e.o.. De gamelangroep Bangun Trisna werd zelfs als model Surinaams-Javaans gamelan orkest door het Departement Music and Fine Arts van de Creighton Universiteit te Omaha Nebraska USA. Model vanwege de wijze van het aanleren (educatie), beoefenen en harmonieus gamelan samenspel alsmede de goede verstandhouding onder de groepsleden.

Optredens van de gamelangroep.

Bij diverse sociale culturele evenementen georganiseerd door verschillende culturele instellingen in regio Den Haag en in samenwerking met de gemeente Den Haag, zoals evenement; Wereldreis in eigen stad. Verder RBU activiteiten zoals; open dagen, Riwajat Rama Ibu (ouderen dag), bij verschillende buurthuizen. Daarnaast ook gamelanmuziek begeleiding bij Tayupfeesten. Ook optredens e/o presentaties bij de woongroepen Wisma Toenggal Karso en de Chinese Brug. Externe optredens/presentaties te: Amsterdam (Bangsa Jawa), Alkmaar, Hoogezand, Utrecht.

Bangun Trisno is vanaf de oprichting eigenlijk haast niet meer weg te denken als voortbrenger van de vertrouwde Javaanse gamelanklanken uit Suriname in de regio Den Haag.
Voorts heeft Bangun Trisno haar bijdrage kunnen geven aan de sociale culturele binding door gamelanmuziek, -zang en -cultuur te presenteren en voort te zetten. Immers traditionele muziek is over het algemeen vooral cultureel en volksmuziek. Zij vorm onder andere als middel van bijvoorbeeld, de herkenning van de eigen identiteit en milieu, culturele uitingen e/o kunstvormen. Tevens het bevorderen van de onderlinge culturele saamhorigheid en harmonie. Maar bovenal van betekenis voor de normen en waarden binnen een (leef/woon)gemeenschap. Gamelanmuziek en cultuur is vanaf het ontstaan omstreeks 1832 (Rijk van Majapahit tot heden) voor de Javanen vrijwel ingeworteld in de Javaanse Culturele beleving, vooral in Indonesië.

De sociale binding door gamelanmuziek bij de woongroep Bangun Trisno was in de beginperiode tot ca 5 jaren daarna duidelijk merkbaar. Niet alleen tijdens de regelmatige bescheiden feestvieringen in de recreatieruimte, maar ook tijdens de wekelijkse gamelanmuziek oefeningen 's - woensdagsavond. De gamelangroep BT was verzekerd van haar eigen aanhang. Ook in de buurt woonachtige Surinaamse Javanen (voornamelijk ouderen) gaven blijk van hun enthousiasme door vaak tijdens de oefeningen aanwezig te zijn. Enkele oud gamelanbeoefenaars (gasten) speelden ook vaak mee. Nostalgie en oude herinneringen oproepen!
Jong en oud waardeerden (nog steeds) de gamelangroep Bangun Trisno en haar gamelanopvoeringen. Voor de oudere Surinaamse Javanen (50 plussers) is gamelanmuziek als een soort houvast en vertrouwde thuisklanken voor hun. Voor sommige 30 tot 50 jarigen vormt de gamelanmuziek als voortzetting van hun luistergemis toen in Suriname die dan nu in Nederland te beleven is.
Bij de tieners zijn de meningen verdeeld te weten van; ‘interessante muziekklanken, maakt mij nieuwsgierig of cultuur van mijn grootouders.’

Gedurende mijn waarnemingen en het zoeken naar relevante informatie over de gamelan in Suriname kwamen naar voren (of werden gebruikt) twee identificatie kernmerken van de Surinaamse -Javanen die vrijwel door een ieder als herkenning werden gegeven te weten: Javaanse gerechten en gamelanmuziek.
Men vond het vreemd als er in een Javaanse woongebied/woonkern geen gamelanmuziek werd bespeeld. Of dat er geen gamelanmuziek groep aanwezig was.

Een voorbeeld: "Soemberedjo in het district Coronie periode 1954 - 1958."
Er was een compleet set gamelan instrumenten op Soemberedjo aanwezig. Echter in de periode 1954 - 1958 waren enkele gamelan muzikanten naar Wageningen verhuisd om aldaar te werken bij de Stichting Machinale Landbouw (SML). Een volledig gemechaniseerde onderneming die voornamelijk aan rijstaanplant verbouwd met als eindproduct hoofdzakelijk consumptie rijst. De gevestigde gamelangroep op Soemberedjo had niet ervoor gezorgd voor tijdige kennisoverdracht. Op mijn vraag waarom nauwelijks kennisoverdracht had plaatsgevonden, werd als antwoord gegeven dat de jongeren en overige inwoners geen behoefte hadden gamelaninstrumenten te leren (be)spelen. Wel aangenaam gevonden om ernaar te luisteren en gamelanmuziek te beleven.
Door de weeks of maandelijks werd er dan geen gamelanmuziek beoefend. Slechts 1 x per jaar tijdens de viering/herdenking van Bersih Desa dag. Er werd dan een Wajang koelit voorstelling gegeven met begeleiding van gamelanmuziek. Voorts indien er een Tayupfeest werd gehouden. Dit gebeurd echter niet zo vaak. Dan kwamen speciaal voor deze gelegenheden de oude muzikanten die in Wageningen woonden betreffende weekeinden naar Soemberedjo.
Door de overige bewoners in Coronie vooral op Totness en overige woonkernen nabij Soemberedjo werden de toen regelmatige gamelanklanken (tenminste 1 x per maand) heel erg gemist.
Dit illustreert de sociale - en culturele binding tussen de overige bewoners op Totness en de Javaanse gemeenschap te Soemberedjo in Coronie.
Wanneer er een opmerking zou worden gemaakt van bijvoorbeeld: "Waar gamelanmuziek te horen is, wonen er ook Javanen, " dan zou (of kan) dit in feite vertaald kunnen worden als “gamelanmuziek is niet weg te denken bij de Javanen.”

Welke toekomstperspectieven heeft de gamelangroep Bangun Trisno?

Een terechte vraag. De leden van de gamelangroep bestond bij aanvang uit voornamelijk bewoners van de woongroep Bangun Trisno, aangevuld met slechts 3 externe gamelan muziekbeoefenaars en 1 externe zangeres (pesindèn). Na een korte periode van een eerste uitbreiding met 6 externe personen, verviel het weer tot 4 externen.
Momenteel bestaat de groep voornamelijk uit 7 externen en 4 (w.o. 1 nog ziek) bewoners van de woongroep. Naar verwachting zou niet uitgesloten zijn dat binnen 5 tot 7 jaren er 1 - 2 van de oudere bewonersleden kunnen terugtrekken. Dit zou dan kunnen betekenen dat Bangun Trisna gamelangroep overwegend uit externe leden zal bestaan.

Er zou medio 2005 sprake zijn dat de gamelangroep Wisma Tunggal Karsa een vorm van samenwerking met Bangun Trisno zou aangaan. Zeker toe te juichen. Niet alleen vanwege het steeds ouder worden van enkele gamelanbeoefenaars die woonachtig zijn bij de woongroep Bangun Trisno, maar ook voor de continuïteit van de gamelanmuziekcultuur. Helaas kan deze stille hoop tot heden nog geen doorgang vinden. De gamelangroep Wisma (...) hield op te bestaan omstreeks begin 2006. Tegen eind 2006 zou er een herstart zijn door deze groep en beoefende de gamelanmuziek enkele zondagen bij het wooncomplex Bangun Trisno. Het streven voor een samenwerking met de gamelangroep Bangun Trisna is nog een open vraag gebleven. De gamelangroep Bangun Trisno staat altijd open voor dergelijke culturele samenwerking. Vooral als het gaat om een cultureel erfgoed te behouden. Tot nog toe vanwege nog onduidelijke redenen is het nog niet tot een oriënterend – en constructief gesprek gekomen tussen de gamelangroepen Wisma Tunggal Karsa en Bangun Trisno. Vele malen hebben de leden van de gamelangroep Bangun Trisno bij het huidig bestuur van de woongroep Bangun Trisna erop aangedrongen een standpunt e/o een besluit te nemen om de gesprekken aan te gaan met beide groepen. Tevens voorgesteld aan het bestuur om de mening van de gamelangroep Wisma Tunggal Karsa te peilen een samenwerking met de gamelangroep Bangun Trisno aan te gaan. In de afgelopen perioden ,2006 - april 2007, werden er een aantal gesprekken gevoerd. Echter tot concrete afspraken hebben die tot heden nog niet geleid.
Hoewel uitbreidingen met enkele gamelanbeoefenaars woonachtig bij de woongroep Wisma Tunggal Karsa niet mag worden uitgesloten, zou het bestaan van gamelangroep Bangun trisno op termijn afhankelijk kunnen zijn van externen. Voor het behouden van de Surinaamse-Javaanse kunstuiting en gamelan traditie zou en in feite zo'n bundeling en samenwerking zeker zeer bevorderlijk zijn. En...vanuit culturele overweging toe te juichen. Immers Cultureel Erfgoed (o.a. Surinaams-Javaans gamelan traditie) omvat meer dan persoonlijk belang!

Vragen die hieruit kunnen voortvloeien zijn o.a.:
- "Is er wel een wil onder deze groep Surinaamse- Javanen bij deze twee mini Dessa’s in Den Haag (Bangun trisno en Wisma Tunggal Karsa) om deze gamelan traditie in stand te houden en te continuëren?
- En als dat niet het geval zou zijn, zouden zij dan de mogelijkheden bieden aan andere Surinaamse Javanen buiten deze twee Dessa's om de traditie te kunnen voortzetten? "
In afwachting van het resultaat van de vergadering e/o overleg tussen het bestuur van de woongroep Bangun trisno en de bewoners, zullen deze vragen nog onbeantwoord blijven!

R. Hoefte heeft in haar boek 'De betovering verbroken ' o.a. geschreven: "De Javaanse culturele traditie is, ondanks de ontwrichtingen veroorzaakt door migratie en contractarbeid op de plantages, sterk gebleken. Men heeft elkaar altijd opgezocht en bij elkaar gewoond; op de plantages noodgedwongen , maar ook in de periode na contractarbeid . Verder was o.a. het begrip Rukun (onderlinge harmonie) belangrijk!"

Gedurende de eerste 5 tot 15 jaren en na de contracttijd werd het bovenstaande geconstateerd. De leef-, woon- en werkomstandigheden van contractarbeiders waren zeker bepaald niet gemakkelijk geweest, en toch was er een zekere wil om de culturele traditie te behouden.
En nu ruim 95 jaren later, lijkt de ingang om met elkaar samen te werken de Surinaams-Javaanse gamelantraditie (een onderdeel van de Javaanse cultuur) te behouden nog nauwelijks open!

Ik ben tot de voorlopige constatering gekomen dat op deze wijze de gamelangroep Bangun trisno in haar streven naar verdere culturele ontwikkelingen en continuering van de gamelan muziek en -zang tradities voorlopig wordt beperkt e/o belemmerd! Of iets milder uitgedrukt; "Wordt vertraagd!"
Om gamelan muziek instrument(en) op acceptabel niveau te leren bespelen, vergt (veel) tijd en geduld! Investeren hierin, kan jaren duren!“

De toekomst van de Surinaams – Javaanse gamelanmuziek , -zang en –cultuur (voor)gedragen door de gamelangroep Bangun trisno Den Haag behoeft niet op de helling te blijven steken!”

Nawoord.

Iets dat uit het niets zich heeft ontpopt, verdient te worden gekoesterd. Net als een zaadje waaruit zich een nieuwe plant kan ontwikkelen, moet men blijven onderhouden. Wil men van de vruchten steeds blijven genieten.

De wijze waarop de gamelangroep Bangun trisno uit Den Haag is ontstaan en zich heeft ontwikkeld verdient zeker een lang voortbestaan. Wanneer de eerste Bangun trisno gamelanbeoefenaars over een jaar of tien zich terug zullen trekken, moeten poëtisch gezien uit de bloesems (van de plant) daarvan de vruchten genoten kunnen worden. Een ruim 95/96 jaren Surinaams – Javaanse gamelan traditie heeft de gamelangroep in haar nog geen 10 jaren bestaan tot nog toe weten te beoefenen, uit te dragen en hopelijk nog heel lang te blijven onderhouden en te continueren!

De gamelan, een product van de Javaanse toonkunst die haar wortels en overeenkomsten had met de Griekse toonkunst (ruim 3000 jaar voor Christus). Een toonkunst die een diepere betekenis had en heeft dan alleen muziek. De tonen zijn namelijk van belang voor de uiting van de innerlijke gevoelens of voordrachten om een duidelijk begrip daarvan te vergemakkelijken aan de toehoorders. Bij de uiting van voordrachten van gedichten en zang bij de Oude Grieken vormden die tegelijk met de zang één geheel. De muziek versterkte alleen het genot van de voordracht. Zo behoren tot heden ook op Java gedichten en zang bij elkaar. De meeste voordrachten van gedichten zijn in feite, lezen en zingen. De muzikale (gamelan) betekenis van het Javaans matja is tembang ofwel lezen en zingen. Dit alles deed haar intrede op Java – Indonesië gedurende de bloeiende tijd van het Rijk Madjapahit omstreeks 1292 tot 1389 toen de naam Gamelan voor het eerst werd genoemd! En de latere verfijning daarvan werd geleverd door de Islamitische Hoven (Sultanaten) omstreeks de 18e en 19e eeuw. Vermeldenswaardig is ook dat omstreeks 300 jaar voor Christus de Gongs en Trommels instrumenten (voorlopers van de gamelan) vanuit Indo China Indonesië had bereikt. En, eerst omstreeks 1292 tot verdere ontwikkeling werd gebracht. Kortom; een Surinaams – Javaanse gamelan traditie waarvan de basis heel ver terug te vinden is, wordt in leven gebracht door een nog nauwelijks 10 jaar bestaande gamelangroep Bangun trisno in Den Haag.

Mijn beste generaties Surinaamse Javanen, jong en oud, blijven jullie niet aan de kant staan kijken. Nemen jullie de initiatieven en doen jullie de bijdragen om ons cultureel erfgoed te blijven behouden en te continueren! Rukun (streven naar onderlinge harmonie), Sambatan (onderlinge hulp bij gemeenschap) en Gotong Rojong(wederzijdse hulpbetoon of samenwerkingsvorm), allemaal mooie en strevende woorden. Laat die niet tot woorden blijven…… doe er iets mee!

R.Harrie Djojowikromo
Zoetermeer, 24 juni 2007

Bronnen/Literatuur
- E.Bakker; Geschiedenis van Suriname van Stam tot Stam, 2000.
- R.H. Djojowikromo; Interviews (veldwerk) en verslagen in Sur en Ned, ‘oudere Javanen vertellen…’, 1956 tot heden.
- H.J.de Graaf; Geschiedenis van Indonesië (vanaf Boeddhistische tijdperk tot 1944 ) , Batavia-Bandung, 1949.
- R.Hoefte; De betovering verbroken (de migratie van Javanen naar Suriname en het rapport-van Vleuten 1909), 1990.
- Insight Guides Indonesia; APA publications GmbH & Co Singapore, 1998.
 
BTB op Youtube
 
Lees meer...
 
Bersih Desa

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 volgende > Einde >>

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten
  • Gamelan instrumenten